Theelepeltje

theelepelErgens tussen de bergen lag een betoverend mooi plaatsje verborgen. Zo bijzonder als het zelf was, waren ook de mensen en alles wat oorspronkelijk in het stadje ontstaan was. Alles was van een onbeschrijfelijke schoonheid. Dit bracht veel werk met zich mee. Zo kwam het voor dat sommige dieren en planten de hele dag in de weer waren hun schoonheid in tact te houden. Poetsen, badderen, bewegen en als er nog tijd over was een siësta.

Tussen alle bedrijvigheid door werden ze bewonderd door voorbijgangers, die weinig meekregen van de drukke bezigheden. Tot op een dag een theelepeltje, gemaakt van brons en prachtig gebutst tot een waar kunstwerk, een kopje weigerde zijn koffie te roeren. Het zwarte brouwsel zou slecht zijn voor de huid. ‘Eerst een scheutje melk’, riep het op het moment dat een klant een poging deed het lepeltje op te tillen. Het lepeltje had heel wat in zijn mars en wist zich zo zwaar te maken dat zijn gewicht sterker was dan de duim en wijsvinger die het probeerden op te tillen. Mensen dachten dan dat ze tijdelijk hun kracht in de vingers kwijt waren en gaven het zo goed als altijd op, maar deze meneer niet.

Eerst dacht hij dat het lepeltje ergens aan vastzat; een niet met het oog zichtbaar haakje. Hij pakte het kopje vast en begon het te bestuderen. Eerst hield hij het op ooghoogte, zo’n dertien centimeter van zich af. Daarna draaide hij het schoteltje met het warme, gevulde kopje rond. Langzaam en zorgvuldig, centimeter voor centimeter. ‘Wat gek, ik zie niks vreemds’, zei de man hardop. Daarna vervolgde hij: ‘Sterker nog, volgens mij bewoog het lepeltje ietwat naar rechts van het kopje af. Ineens kreeg de man een ander idee. Hij zette het porseleinen schoteltje op tafel, pakte met zijn linkerhand  de buitenkant van het schoteltje vast en met zijn rechterduim en wijsvinger trachtte hij het lepeltje op te tillen. Hoeveel kracht de man ook zette, het lukte hem niet het lepeltje in beweging te krijgen. Na drie succesloze pogingen gaf hij het op. ‘Dan maar zonder suiker’, zei hij tegen zichzelf. Hij greep het kopje bij het oor, tilde het op. Maar wat er op dat moment gebeurde, daar had het lepeltje geen rekening mee gehouden. De zwaartekracht duwde het kopje weer terug richting schotel. Het kopje denderde op het schoteltje, waardoor de koffie alle kanten op vloog. Ook het lepeltje werd eronder bedolven.

‘Uche, uche, uche’, proestte het. ‘Wat maak je me nu’, begon het tegen de man. Hij hoorde het lepeltje niet, maar zag wel dat het bewoog. Hij pakte het op en roerde er de inmiddels geslonken klontjes suiker mee, tot er geen korrel meer voelbaar was.

Geschreven door: Gϋldane Döymaz
Meer parabels? Lees ook: