Medicijn

Een vrouw van middelbare leeftijd zat tegenover de dokter. Deze vroeg: ‘Wat kan ik voor u doen?’ De vrouw zweeg, haar ogen op de man gericht. Geduldig wachtte de dokter een aantal seconden. De vrouw reageerde niet. Haar versnelde en benauwde ademhaling vulde echter wel de ruimte. ‘Hoe kan ik u helpen, mevrouw?’, probeerde de dokter. De vrouw reageerde met een luid gesnik. Even opende ze haar mond en leek het alsof ze iets wilde zeggen, maar ze barstte wederom in tranen. De dokter reikte de vrouw een zakdoek aan, maar ze weigerde deze hoofdschuddend. Ze greep naar haar tas en pakte daar een katoenen zakdoek uit. Ze opende deze en begon te snuiten. Daarna veegde ze haar rechterwang droog met een punt van de zakdoek.
 .
De dokter zweeg, stond op en liep naar de wasbak. Hij haalde een beker uit het kastje erboven en tapte water. Hij draaide zich om en liep op de vrouw af. Hij hield het bekertje voor haar met gestrekte arm. De vrouw greep het vast en bracht het naar haar mond. Ze dronk het water met gulzige slokken op en veegde daarna haar bovenlip met de zijkant van haar rechterhand schoon. Ze stond op. De dokter deed een stap achteruit om de vrouw wat ruimte te geven. ‘Dankuwel, dokter’, zei de vrouw haar hand uitstrekkend naar de dokter. Hij schudde haar zwijgend de hand. ‘Ze liep richting de deur, opende deze en verdween.
Geschreven door: Gϋldane Döymaz
Meer parabels? Lees ook: